Fotografie is voor mij al meerdere decennia lang een voertuig voor stil staan en kijken, beleven van de omgeving. Een mooie foto goed "schouwen" betekent in mijn geval een moment van meditatieve rust. Ik kom daarmee als het ware intens in contact met mezelf dóór de foto.

Zoals velen begon ik met een eenvoudige analoge camera te schieten; de Agfa Clack van mijn vader. Een Praktica en een Pentax ME (Super!) volgden.

Door allerlei omstandigheden zoals drukke werkzaamheden, een gezin met toen nog kleine kinderen en een toch wel intensieve dus tijdrovende sportbeoefening kreeg de fotografie een minder geprononceerde plek in mijn leven. Totdat het bergsportvirus mij te pakken kreeg. En juist hoog in de Alpen voelde ik opnieuw de behoefte het landschap op de plaat, toen intussen de digitale beeldsensor, vast te leggen.

Nu ik dankzij pensioen over meer vrije tijd beschik, is de fotografie voor mij opnieuw een sterk middel tot stilstaan-kijken-vastleggen-terugkijken-terugbeleven geworden.

Van het woeste berglandschap is de stap naar andere landschappen, architectuur en de mens ín dit landschap niet eens zo groot.

Hans Friederichs